Westnijlvirus aangetoond in wilde zanglijster en een paard

In een zanglijster (Turdus philomelos), gevangen en bemonsterd op 19 juli 2026 op een vogelringlocatie in regio Utrecht, is het westnijlvirus (WNV) aangetoond. De vogel werd onderzocht voor surveillance onder wilde vogels, door het Erasmus MC en het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). Genetisch onderzoek liet zien dat het virus in de zanglijster nauw verwant is aan de westnijlvirussen die in 2025 in Nederlandse muggen en dode vogels zijn aangetroffen. Kort na deze detectie werd ook een besmetting met het westnijlvirus vastgesteld bij een paard in Zuid-Holland (NVWA). Samen wijzen deze bevindingen erop dat er momenteel besmette muggen actief zijn die het virus kunnen overdragen op vogels, paarden en mensen.

Westnijlvirus

Het westnijlvirus wordt overgedragen via de gewone huissteekmug (Culex pipiens). Muggen kunnen het virus doorgeven aan vogels, paard(achtigen) en mensen. Een besmet paard of mens kan het virus niet verder verspreiden, maar kan wel ziek worden van de infectie.

De meeste mensen (ongeveer 80%) krijgen na een besmetting geen klachten. Ongeveer 20% ontwikkelt milde klachten, zoals koorts, hoofdpijn en spierpijn. Een klein deel van de besmette mensen (ongeveer 1%) krijgt een ernstige aandoening, zoals een hersenontsteking of hersenvliesontsteking. Het risico op een ernstig ziekteverloop is groter bij ouderen en mensen met onderliggende aandoeningen. Ook paarden kunnen (ernstig) ziek worden van het westnijlvirus.

Risico op muggenbeten verkleinen

De vondst van het westnijlvirus in een wilde vogel en een paard laat zien dat het virus momenteel circuleert. Voor mensen blijft de kans om besmet te raken via een muggenbeet klein. Om die kans nog verder te verkleinen, is het verstandig om maatregelen te nemen om muggenbeten te voorkomen, bijvoorbeeld door stilstaand water rondom uw huis te verwijderen en uzelf te beschermen tegen muggenbeten. Meer informatie en praktische adviezen vindt u hier: muggen | RIVM.

Onderzoek naar mug-overdraagbare infectieziekten

Vogel surveillance

Sinds 2016 voeren het NIOO-KNAW (Vogeltrekstation) en het Erasmus MC een landelijk surveillanceprogramma uit voor de vroege opsporing van door muggen overgedragen virussen, zoals het westnijlvirus en het usutuvirus. Op vogelring-locaties verspreid over Nederland vangen speciaal opgeleide vogelringers wilde vogels. De vogelringers registreren gegevens over onder andere leeftijd, geslacht en conditie, en nemen monsters af. De vogels worden vervolgens direct weer vrijgelaten. De verzamelde monsters worden onderzocht op de aanwezigheid van virussen en antistoffen. Deze aanpak leidde in 2020 tot de eerste detectie van het westnijlvirus in Nederland. Ook in 2022 en 2026 werd het virus via deze vogel surveillance aangetoond.

 

Onderzoek

Het Erasmus MC doet samen met verschillende partners onderzoek naar de opkomst en verspreiding van mug-overdraagbare virussen in Nederland. Binnen One Health PACT is de afgelopen zeven jaar onderzocht hoe veranderingen in klimaat, landschap en biodiversiteit de verspreiding van virussen zoals het westnijlvirus beïnvloeden. Meer over dit onderzoek leest u op de website van One Health PACT.

 

Binnen het Pandemic & Disaster Preparedness Center (PDPC) onderzoeken het Erasmus MC en partners momenteel hoe klimaatverandering en veranderingen in het landschap de verspreiding van muggen en mug-overdraagbare virussen kunnen beïnvloeden, en wat dit betekent voor de gezondheid van mens en dier. Meer over dit onderwerp lees je op de pagina van het Frontrunner 1 onderzoek: Klimaatverandering en virusuitbraken door vectoren, en het onderzoek over de overstroming van de Eendragtspolder.