Tweede bijeenkomst PRESENT project – Impact van scholen sluitingen

“Schoolsluitingen, dat doen we nooit meer…”, is wel gezegd. Maar wat als het toch nog een keer nodig is? Dan kunnen we maar beter voorbereid zijn.

In het PRESENT project onderzoekt het Pandemic & Disaster Preparedness Center (PDPC) samen met het Erasmus MC, de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences (ESSB), UMC Utrecht, SEO Economisch Onderzoek en Nivel de korte en middellange termijneffecten van schoolsluitingen tijdens de COVID-19 pandemie. Het PRESENT project is van start gegaan in november 2024, en de eerste bijeenkomst vond plaats op januari 2025. Tijdens de tweede bijeenkomst met de klankbordgroep van het PRESENT consortium op 27 mei 2025 presenteerden onderzoekers van het PDPC (werkpakket 4) en Nivel & EUR (werkpakket 2) hun eerste resultaten.

Bij de tweede bijeenkomst waren vertegenwoordigers van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de vereniging van scholen in het voortgezet onderwijs (VO-raad), de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD), jeugdartsen (AJN Jeugdartsen), de vakbond voor onderwijs (CNV), en het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) aanwezig.

Resultaten van Werkpakket 4: Inzichten van (oud-) scholieren, ouders en docenten

De afgelopen maanden namen onderzoekers van het PDPC interviews af bij (oud-) scholieren, ouders en docenten, om een breed beeld te kunnen schetsen over hoe scholieren de schoolsluitingen hebben ervaren. De onderzoekers hoorden uiteenlopende verhalen, van scholieren die zonder veel problemen hun middelbare schooltijd hebben doorlopen, tot scholieren die zonder diploma van school zijn gegaan en met professionele hulp er weer bovenop proberen te komen. Uit interviews werd duidelijk dat de balans die op school bestaat tussen educatieve – en sociale aspecten tijdens de corona-periode wegviel. De focus lag op het overbrengen van de lesstof, en het sociale aspect was er nagenoeg niet meer. Als samenleving merken we daar nu de gevolgen van.

Na de presentaties reflecteerden de aanwezigen op de resultaten en op de vraag wat de resultaten betekenen voor beleid en praktijk. De discussie concentreerde zich op een drietal onderwerpen. Ten eerste op de vraag wat scholen kunnen doen om de sociale interactie tussen jongeren en school op peil te houden. Het blijkt dat online en hybride onderwijs door alle (oud-)scholieren als minder leerzaam werd ervaren, en hun motivatie verminderde. Op sociaal vlak merkten (oud-) scholieren op dat ze eenzaam waren en dat het groepsgevoel ontbrak. Nu nog merken (oud-)  scholieren en docenten een vertraging in sociale ontwikkeling op bij scholieren die op de middelbare school zaten tijdens de sluitingen. Hoe kunnen scholen hier beter op inspelen? School heeft onder normale omstandigheden zowel een cognitieve als sociale functie. Tijdens de coronapandemie viel niet alleen school weg; ook allerlei andere activiteiten vonden geen doorgang. Welke rol zou school kunnen – of zelfs moeten – innemen om op zo’n moment juist meer aandacht te besteden aan het sociale aspect? En hoe zorgen we ervoor dat dit aspect goed meegewogen wordt wanneer keuzes worden gemaakt?

Als tweede blijkt uit zowel de interviews als uit de discussie tijdens de meeting dat een ‘one size fits all’ benadering niet past. Dit is ook het geval onder normale omstandigheden. Terwijl de schoolresultaten van sommige groepen leerlingen achteruitgingen tijdens de schoolsluitingen (in de context van het pakket aan maatregelen), verbeterden die van anderen. Mogelijk geldt dit ook voor het sociale welbevinden. Voorlopig onderzoek laat zien dat naast meetbare factoren (zoals laag inkomen, laag opleidingsniveau en migratiestatus), ook de mate waarin de dagelijkse structuur van leerlingen aangehouden kan worden van invloed is. Dit hangt samen met hoeveel ondersteuning ouders kunnen bieden, maar ook met de motivatie en onafhankelijkheid van de leerling zelf.

Tenslotte, naast aandacht voor allerhande creatieve en praktische oplossingen voor de inrichting van het onderwijs, ideeën voor online-onderwijs en de rol van- en het risico voor de docent, viel de verscheidenheid aan mogelijke effecten van de schoolsluitingen op. Wellicht waren er vakken die online minder makkelijk te geven waren, of ging er meer aandacht uit naar de kernvakken dan naar de andere vakken? Kozen leerlingen hierdoor voor een ander profiel, of wisselden zij eerder van niveau? Stopten zij eerder met school en keerden ze dan later weer terug? En wat laten de onderzoeksresultaten zien over de invloed van al deze keuzes op de middellange termijn effecten voor de leerlingen?

Resultaten van Werkpakket 2: Impact van schoolsluitingen op onderwijs- en arbeidsmarktuitkomsten

Aan de hand van nationale registergegevens van meer dan 1,4 miljoen Nederlandse leerlingen in het voortgezet onderwijs hebben onderzoekers van Nivel en EUR de impact van schoolsluitingen tijdens de coronapandemie op onderwijscarrières onderzocht. Onderzoekers analyseerden de examencijfers van zeven cohorten (2017–2023), met speciale aandacht voor verschillen op basis van sociaaleconomische status, migratieachtergrond, geslacht en woonomgeving (stedelijk of landelijk gebied).

De resultaten laten zien dat de gemiddelde examenprestaties tijdens en na de pandemie daalden, maar niet voor alle leerlingen in gelijke mate. Leerlingen met lager opgeleide ouders of een niet-westerse migratieachtergrond werden het hardst getroffen, en de ongelijkheden hielden vaak aan of namen zelfs toe tot en met 2023. Tegelijkertijd liet het onderzoek ook veerkracht zien. Migrantenleerlingen in meer academische onderwijsroutes, zoals het vwo, en leerlingen uit plattelandsgebieden wisten zich sterker te herstellen en in sommige gevallen zelfs eerdere achterstanden om te zetten in voorsprongen.

Deze bevindingen benadrukken dat herstelbeleid verder moet gaan dan het verhogen van gemiddelde prestaties. Om gelijke kansen te waarborgen, moeten beleidsmaatregelen ook rekening houden met de ongelijk verdeelde en langdurige effecten van de pandemie tussen verschillende groepen leerlingen.

Naast effect op resultaten van eindexamens, hebben schoolsluitingen tijdens de coronapandemie ook effect gehad op de overgang van school naar vervolgonderwijs en/of de arbeidsmarkt. Onderzoekers van Nivel en EUR hebben zich gericht op jongeren uit het voortgezet onderwijs (VO) en het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) die school af hebben afgerond (‘schoolverlaters’), en vergeleken jongeren die school verlieten tijdens de pandemie (2020–2022) met cohorten van vóór de pandemie (2016–2019). Daarbij werd gekeken naar zowel korte termijn uitkomsten (in het jaar van schoolverlaten) als naar langere termijntrajecten (één en twee jaar na schoolverlaten), op basis van het Schoolverlatersonderzoek en registerdata over studie en werk van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De voorlopige resultaten laten zien dat jongeren die tijdens de pandemie school verlieten vaker hun basis startkwalificatie behaalden en vaker direct betaald werk hadden, vergeleken met eerdere cohorten. Ook vielen verschuivingen op in de manier waarop jongeren hun tijd besteden: minder jongeren volgden uitsluitend een vervolgopleiding, terwijl juist meer jongeren werk en studie combineerden of alleen gingen werken. Deze trends waren zichtbaar bij zowel VO- als MBO-leerlingen. Bij VO-leerlingen viel daarnaast op dat zij vaker stopten met hun vervolgopleiding binnen het eerste jaar na schoolverlaten. Dit zou erop kunnen wijzen dat jongeren onvoldoende voorbereid waren op de doorstroom naar het vervolgonderwijs. Deze voorlopige bevindingen roepen vragen op over de mate van stabiliteit in de overgang naar werk of vervolgstudie, en onderstrepen het belang van verdere analyse van welke groepen jongeren hierin kwetsbaar zijn. Daarbij is de vraag hoe ondersteuning tijdens en na onderwijsverstoringen beter kan aansluiten op de behoeften van verschillende groepen.

Al met al was het een productieve middag met een rijke opbrengst. Zo veel mogelijk van de nieuwe vragen en aandachtspunten zullen worden meegenomen in het vervolg van het onderzoek. De resultaten van het onderzoek volgen te zijner tijd in zowel wetenschappelijke artikelen als in een uiteindelijk document met aanbevelingen voor beleid.

Lees meer over het PRESENT consortium!