De spreekkamer van de toekomst: fysiek én digitaal
Het zorgsysteem staat onder druk. Mensen willen de best mogelijke zorg, maar vergrijzing, personeelstekorten en budgetbeperkingen maken dat steeds moeilijker. Technologische innovaties kunnen een oplossing bieden, maar vinden zelden hun weg naar de bestaande zorgpraktijk. Het Flagship Programme Consultation Room 2030 – Continuity of Care from Hospital to Home richt zich daarom op het systematisch inzetten van digitale technologie om de zorg te ontlasten op een manier die aansluit bij de behoeften van patiënten.
Joke Hendriks is hoogleraar Chirurgie aan het Erasmus MC en gespecialiseerd in vaatchirurgie. In haar werkweek ziet zij regelmatig patiënten terug die na een operatie uit het ziekenhuis zijn ontslagen.
‘Mensen vertellen me vaak dat het heel goed met ze gaat. Ze voelen zich goed, wandelen veel en lopen langere afstanden. Natuurlijk zien we dat graag. Maar het is geen effectieve zorg. Mensen die het goed doen, hoeven niet per se een arts te zien. Tegelijkertijd zijn er veel patiënten voor wie dat contact juist belangrijk is. Het is belangrijk om die mogelijkheid open te houden voor mensen die daar behoefte aan hebben, maar waar mogelijk efficiënter georganiseerd. Zo houden we meer tijd over voor patiënten die echt een arts nodig hebben.’
Toegangspoort
‘We hebben een transitie in de gezondheidszorg nodig,’ zegt Richard Goossens, hoogleraar Fysieke Ergonomie aan de faculteit Industrieel Ontwerpen van de TU Delft.
‘Zorg moet zo efficiënt mogelijk worden geleverd op een manier die goed is voor de patiënt. Dat betekent dat consulten in het ziekenhuis zoveel mogelijk beperkt worden en dat zorg waar mogelijk plaatsvindt in de vertrouwde omgeving van de patiënt. Die transitie begint in de spreekkamer, de toegangspoort tot de zorg. Daar starten we met het identificeren van bestaande processen en mogelijke manieren om die opnieuw vorm te geven.’
Zorg moet zo efficiënt mogelijk worden geleverd op een manier die goed is voor de patiënt.
Transitie
In de afgelopen jaren zijn tal van technieken en programma’s ontwikkeld om het zorgsysteem te ontlasten.
‘Digitale gezondheidstechnologieën,’ noemt Kees Ahaus, hoogleraar Health Services Management & Organisation aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, deze ontwikkelingen.
‘Dat zijn digitale producten en diensten voor preventie, diagnose, monitoring en behandeling van gezondheidsproblemen. Dit is een nieuwe vorm van zorg die moet worden ingebed in bestaande zorgprocessen. Binnen het Erasmus MC loopt een groot programma om digitale gezondheidstechnologieën te integreren in 350 zorgpaden. De doelen zijn onder andere dat patiënten gemiddeld eerder naar huis kunnen en dat de overgang van ziekenhuis naar thuis verbetert. Thuismonitoring maakt het bovendien mogelijk patiënten de belasting van ziekenhuisbezoeken te besparen.’
Digitale informatie
Het programma bestaat uit vijf sporen: acute patiënten, chronische patiënten, complexe zorg, mentale gezondheidszorg en palliatieve zorg.
Hendriks: ‘Een longarts laat chronische patiënten met longfibrose thuis hun longfunctie meten via een app. Een gespecialiseerd verpleegkundige krijgt een melding wanneer er achteruitgang optreedt. De verpleegkundige kan dan, indien nodig in overleg met de longarts, medicatie aanpassen. Een gynaecoloog monitort zwangere vrouwen op afstand om complicaties tijdens zwangerschap en bevalling vroegtijdig te signaleren. Een anesthesioloog biedt patiënten keuzevrijheid: zij kunnen langskomen voor een consult, zoals nu gebruikelijk is, maar jonge en gezonde patiënten kunnen ook kiezen voor digitale informatie en een video, eventueel aangevuld met een kort online consult wanneer zij vragen hebben.’
Ahaus: ‘Binnen de mentale gezondheidszorg gebruiken we tools die slaap monitoren, waarvan de resultaten worden ingezet in de klinische praktijk. En binnen de palliatieve zorg vindt een deel van de monitoring op afstand plaats, zodat patiënten waar mogelijk thuis kunnen blijven.’
We willen de beschikbare technologie beter benutten. Een cruciale vraag daarbij is: wat vindt de patiënt?
Veilig
Het Flagship sluit aan op deze projecten. Hendriks: ‘We willen de beschikbare technologie beter benutten. Een cruciale vraag daarbij is: wat vindt de patiënt? Een arts kan enthousiast zijn over een app, maar uiteindelijk draait het om de patiënt. Patiënten moeten zich bijvoorbeeld prettig voelen bij een sensor of wearable en het gevoel hebben dat zij ergens terecht kunnen met vragen. Ze moeten hun data ook op een passende manier kunnen inzien. Sommige mensen hebben alleen een oude Nokia-telefoon: de kwaliteit van hun zorg moet net zo hoog blijven. Hoe bereik je dat? Dat onderzoeken we binnen het Flagship.’ Ahaus: ‘Daarnaast onderzoeken we binnen alle vijf sporen hoe deze zorg gefinancierd kan worden. Thuismonitoring kost geld, maar vervangt ook andere zorg. Wie betaalt daarvoor? Een andere overkoepelende vraag gaat over data-infrastructuur. Hoe zorg je ervoor dat je de juiste data veilig en verantwoord verzamelt, opslaat en beschikbaar maakt? Tot slot worden alle initiatieven binnen het Flagship op een formatieve manier geëvalueerd.’
Disruptief
Het Flagship brengt alle specifieke inzichten uit de zorgpaden van de vijf sporen samen, zegt Goossens. ‘Ontwerpdisciplines zijn goed in het verbinden van domeinen die vroeger los van elkaar stonden. Samen met patiënten en andere stakeholders onderzoeken we hoe we beschikbare technologie kunnen integreren in bestaande zorgprocessen op een manier die aansluit bij de behoeften en wensen van verschillende patiëntgroepen. Om echte verandering te realiseren, moeten we disruptief durven denken: alles loslaten en opnieuw beginnen om de spreekkamer van de toekomst bij Erasmus MC op te bouwen. Dat zal een fysieke plek zijn voor mensen die dat willen of nodig hebben, en online voor mensen die die omgeving prettig, handig of vanzelfsprekend vinden.’
Kansen
Hendriks: ‘De drie betrokken universiteiten hebben ieder hun eigen manier van onderzoek doen en vragen stellen. De implementatie en evaluatie van technologische oplossingen is daar een goed voorbeeld van. In de medische wereld onderzoeken we zulke oplossingen het liefst via gerandomiseerde gecontroleerde studies. Maar de Erasmus Universiteit en ontwerpers van de TU Delft hebben andere, directere benaderingen die eveneens betrouwbaar en valide zijn. Zo versterken we elkaar.’ Ahaus: ‘Er liggen veel kansen op het gebied van thuismonitoring en het preventief en voorspellend inspelen op zorgbehoeften van patiënten. Dankzij deze Convergence-samenwerking zijn we ook echt in staat om die kansen optimaal te benutten.’ Hendriks: ‘Over vijf jaar is het Flagship Project een nationaal kenniscentrum op dit gebied.’