Samenwerken in tijden van schaarste

Expertmeeting verkent hoe samenwerking kan helpen om “meer met minder” te realiseren

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland neemt snel toe. Woningbouw, klimaatadaptatie, infrastructuur en energietransitie vragen allemaal om ruimte, middelen en mensen, terwijl diezelfde middelen steeds schaarser worden. Schaarste is daarmee geen uitzondering meer, maar een structurele realiteit voor ruimtelijke opgaven.

Op 3 maart 2026 kwamen professionals uit de water- en transportinfrastructuur, woningbouw, utiliteitsbouw, overheid en wetenschap samen in het Vakwerkhuis in Delft om die realiteit te verkennen. Tijdens deze expertmeeting onderzochten deelnemers welke ontwerpprincipes en samenwerkingsvormen nodig zijn om in tijden van schaarste toch te blijven werken aan een toekomstbestendige leefomgeving.

Schaarste als ontwerpopgave

De bijeenkomst werd geopend door Lizet Kuitert (Resilient Delta initiative), die het centrale vraagstuk van de dag schetste. Volgens haar wordt schaarste in het ruimtelijk domein steeds zichtbaarder — niet alleen door beperkte ruimte, maar ook door tekorten aan arbeid, materialen en financiering.

Schaarste is geen tijdelijke hindernis, maar een nieuwe realiteit voor de fysieke leefomgeving. Juist daarom moeten we anders organiseren hoe we samenwerken

Lizet Kuitert

Academic researcher

Volgens Kuitert worden veel vormen van schaarste bovendien versterkt door de manier waarop we projecten organiseren. Sectorale werkwijzen, versnipperde verantwoordelijkheden en projectmatige besluitvorming maken het moeilijk om opgaven integraal aan te pakken.

Om deelnemers uit hun gebruikelijke denkpatronen te halen, startte het programma met een interactieve sessie van De Nacht Club, de social design studio achter het concept van het Toekomstraam. Deze installatie nodigde deelnemers uit om persoonlijke ervaringen met schaarste te delen en de waarden die daarbij centraal stonden zichtbaar te maken. Schaarste werd hier niet alleen gezien als een beperking, maar ook als wat de ontwerpers “stimulerende beperkingen” noemen: momenten waarop spanning en mogelijkheden samenkomen en nieuwe ideeën kunnen ontstaan.

Leren van andere sectoren

Na deze gezamenlijke start gingen deelnemers uiteen in verschillende deelsessies. Elke sessie onderzocht een ander perspectief op samenwerking in tijden van schaarste.

De kracht van vraagbundeling
De sessie “De kracht van vraagbundeling” werd begeleid door Heleen Smit (TU Delft), Ad Straub (TU Delft), Carli Hartgerink (Gemeente Amsterdam) en Charlotte Meulenbelt (Ymere). Hier stonden voorbeelden centraal waarin organisaties hun vraag bundelen om innovatie en efficiëntie te bevorderen. Aan de hand van het Innovatiepartnerschap Schoolgebouwen van de gemeente Amsterdam en het programma De Bouwstroom, waarin woningcorporaties hun vraag bundelen, verkenden deelnemers hoe uniformering, repetitie en standaardisering kunnen bijdragen aan nieuwe vormen van samenwerking.

Het grotere plaatje
In de sessie “Het grotere plaatje” brachten Peter Marks (Erasmus Universiteit Rotterdam) en Merlijn Kamps (Rijkswaterstaat) deelnemers in aanraking met systeemdenken. Deelnemers werkten aan een causal loop diagram voor een fictieve casus over een daklozencrisis in een stad. De casus was geïnspireerd door voorbeelden uit de praktijk, zoals schaarste aan zorg en beweging in Schiebroek en een tekort aan technische kennis bij het onderhoud van waterwerken. Door relaties en afhankelijkheden visueel in kaart te brengen, onderzochten deelnemers hoe verschillende factoren elkaar beïnvloeden binnen complexe maatschappelijke systemen.

Doorbreek de routine
De sessie “Doorbreek de routine” werd geleid door Lonneke Vossen (Gemeente Rotterdam), Rianne Warsen (Erasmus Universiteit Rotterdam) en Erwin Heurkens (TU Delft). Hier stond de vraag centraal hoe publieke en private partijen beter kunnen samenwerken in complexe gebiedsontwikkelingen. Aan de hand van verschillende praktijkdilemma’s werd besproken hoe organisaties met uiteenlopende structuren, regels en belangen toch gezamenlijk kunnen werken aan ruimtelijke opgaven.

Programmatisch samenwerken opschalen
De sessie “Programmatisch samenwerken opschalen” bouwde voort op het promotieonderzoek van Pedram Soltani (TU Delft).
In deze sessie werd verkend hoe programmatisch werken kan bijdragen aan het realiseren van circulaire ambities. Als casus werd het programma rond 17 bruggen van Waterschap Noorderzijlvest besproken. Deze aanpak werd gespiegeld aan ervaringen met programmatisch werken bij Defensie, gepresenteerd door Rob Leus (Rijksvastgoedbedrijf).

De slag om de ingenieur
Schaarste speelt niet alleen bij middelen, maar ook bij mensen. In de sessie “De slag om de ingenieur” namen Leon Hombergen, Marian Bosch-Reckveld en Marcel Hertogh (TU Delft) samen met Jan Janssen en Marie-Cecile Rossen (Haskoning) deelnemers mee in de vraag hoe het technische vakgebied aantrekkelijker kan worden gemaakt voor nieuwe generaties professionals.

Striking a finance balance
De sessie “Striking a finance balance” werd geleid door Lilian van Karnenbeek (Utrecht University), Zac Taylor (Resilient Delta initiative) en Samuel Hartman (Vereniging Deltametropool). Hier werd gekeken naar de rol van financiële instrumenten zoals grondexploitatie (GREX) en de vraag in hoeverre bestaande kaders voor gebiedsontwikkeling de kosten van klimaatadaptatie adequaat kunnen integreren en verdelen.

Reflectie met het Toekomstraam
Aan het einde van de dag kwamen de inzichten uit de verschillende sessies opnieuw samen rond het Toekomstraam. Onder begeleiding van De Nacht Club reflecteerden deelnemers op wat hen het meest was bijgebleven uit de sessies. In het raam verschenen inzichten zoals het belang van meerjarige samenwerking, het benutten van urgentie, systeemdenken en het werken aan gezamenlijke doelen.

Vervolgens werd de blik op de toekomst gericht. In groepen formuleerden deelnemers mogelijke krantenkoppen uit de toekomst, bijvoorbeeld voor het jaar 2034 of 2047. Door te speculeren over mogelijke toekomsten ontstond ruimte om verder te denken dan bestaande structuren of beperkingen.

  • Enkele van deze toekomstbeelden gaven een indruk van de verbeelding in de zaal:
  • “Repeterend vernieuwen leidt tot 100% werkplezier in de bouw.”
  • “Bouw eerste volledig circulaire sector in Nederland.”
  • “Geluksindex: Nederland op nummer één.”
  • “Dankzij programmatische opschaling zijn de woon-, zorg- en veiligheidscrisis opgelost.”
  • “Jongste premier opent ‘scholenbouwfabriek’ – mijn circulaire basisschool is nu een seniorencommunity.”
Deze toekomstscenario’s maakten zichtbaar hoe nieuwe vormen van samenwerking

Van ontmoeting naar volgende stappen

De bijeenkomst liet zien dat verschillende sectoren vaak met vergelijkbare uitdagingen te maken hebben, maar niet altijd van elkaar leren. Juist het samenbrengen van perspectieven uit infrastructuur, bouw, beleid en wetenschap bleek waardevol.

Voor Resilient Delta vormt deze expertmeeting daarom een eerste stap in een bredere beweging. Door onderzoekers, beleidsmakers en professionals samen te brengen ontstaat een netwerk waarin ideeën verder kunnen worden ontwikkeld, getest en opgeschaald.

In een tijd waarin schaarste steeds bepalender wordt voor ruimtelijke ontwikkeling, lijkt één conclusie duidelijk: de toekomst van onze leefomgeving hangt niet alleen af van technologie of financiering, maar vooral van hoe we samenwerking organiseren.