BALANCE

Een betere balans tussen de gevolgen van pandemiebeleid voor de volksgezondheid en de samenleving

Hoe mensen zich binnen en tussen regio’s verplaatsen, speelt een belangrijke rol bij de verspreiding van infectieziekten. Daarom zijn maatregelen die de mobiliteit van mensen beperken, zoals het sluiten van bedrijven, thuiswerken en minder openbaar vervoer, een voor de hand liggende manier om een pandemie te bestrijden. De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) concludeerde in 2023 dat de lockdownmaatregelen tijdens de coronapandemie grote economische gevolgen hadden. Voor toekomstige pandemieën is het daarom belangrijk om te onderzoeken of maatregelen meer op maat kunnen worden ingezet. Zo kan er een betere balans ontstaan tussen de gevolgen voor de gezondheid en andere gevolgen voor de samenleving, zoals verlies van inkomen en productiviteit en negatieve gevolgen voor het mentale welzijn. Het is echter nog onduidelijk of maatregelen het beste landelijk of juist per regio kunnen worden ingevoerd. Ook is nog niet goed bekend welke gevolgen deze maatregelen hebben voor verschillende groepen in de samenleving, bijvoorbeeld voor mensen die minder financiële zekerheid hebben.

Het BALANCE-project bouwt voort op eerder onderzoek waarin landelijke en regionale strategieën om pandemieën te bestrijden met elkaar zijn vergeleken. In dit project onderzoeken de onderzoekers hoe de gevolgen van maatregelen die de mobiliteit beperken zich verhouden tot de gevolgen voor de verspreiding van een infectieziekte. Daarbij kijken ze nadrukkelijk naar de gevolgen voor kwetsbare groepen, bijvoorbeeld mensen met minder zekerheid over hun inkomen en levensonderhoud.

Het onderzoek bestaat uit drie onderdelen:

  1. De belangrijkste maatschappelijke gevolgen in kaart brengen. De onderzoekers brengen in kaart welke belangrijke gevolgen maatregelen die de mobiliteit beperken hebben voor de samenleving, naast de gevolgen voor gezondheid en zorg.
  2. Deze gevolgen meten en vergelijken. Waar mogelijk brengen de onderzoekers deze gevolgen in kaart met bestaande gegevens. Ook onderzoeken ze hoe in de toekomst nieuwe gegevens kunnen worden verzameld. Daarbij kijken ze specifiek naar de gevolgen voor kwetsbare groepen.
  3. Onderzoeken welke maatregelen het meest effectief zijn. De onderzoekers vergelijken verschillende maatregelen die de mobiliteit beperken. Ze kijken daarbij niet alleen naar de gevolgen voor de verspreiding van een infectieziekte, maar ook naar de maatschappelijke kosten en baten. Hiervoor gebruiken ze een bestaand model dat de verspreiding van COVID-19 in Nederland in kaart brengt.

Als voorbeeld onderzoeken de onderzoekers wat er zou gebeuren als in reactie op een lokale uitbraak een lockdown wordt ingesteld in de regio Rotterdam-Rijnmond. Ze brengen hierbij verschillende modellen voor economie, mobiliteit en de verspreiding van infectieziekten met elkaar in verband. De belangrijkste vragen zijn: Hoe verandert een lockdown de manier waarop mensen zich verplaatsen, zowel binnen Rotterdam als van en naar de rest van Nederland? En wat betekent dit vervolgens voor de verspreiding van een infectieziekte en voor de productiviteit van werknemers?

Het belangrijkste resultaat van het project wordt een rapport voor de belangrijkste betrokken partijen. Het rapport beschrijft de resultaten en aanbevelingen uit een bijeenkomst met deze partijen en uit het vervolgonderzoek. De onderzoekers bespreken het rapport vervolgens opnieuw met de betrokken partijen om te bepalen welke vervolgstappen nodig zijn.

Betrokken partijen, samenwerking en financiering

Bij het BALANCE-project zijn onder andere het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (directie Pandemieparaatheid), het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata (NTM), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en ODISSEI betrokken.

Het project wordt gefinancierd door het Pandemic and Disaster Preparedness Center (PDPC), het EsCHER-netwerk en het Smarter Choices, Better Health (SCBH)-netwerk.