Nieuwe inzichten in hoe rioolwater het best kan worden bemonsterd om de verspreiding van virussen te monitoren

Virussen gaan continu rond in de samenleving. Het monitoren van virussen in rioolwater helpt om te begrijpen hoe infecties zich verspreiden en kan zelfs een vroege waarschuwing geven voor nieuwe ziekte-uitbraken. In de afgelopen jaren zijn eenvoudige en goedkope hulpmiddelen, zogenaamde passieve bemonsteraars, zeer nuttig gebleken voor het monitoren van rioolwater. Deze apparaten worden in het water geplaatst en vangen geleidelijk virusdeeltjes op. Wetenschappers begrijpen echter nog niet volledig hoe snel verschillende virussen door deze bemonsteraars worden opgevangen, of hoe lang de bemonsteraars in het water geplaatst moeten worden om het meest nauwkeurige beeld te geven van welke virussen er in een gemeenschap rondgaan.

Om dit te onderzoeken, bestudeerden onderzoekers van PDPC Frontrunner 5: Risico-gerichte surveillance voor virusuitbraken hoe verschillende veelvoorkomende virussen in rioolwater worden opgevangen door een veelgebruikte passieve bemonsteraar die is gemaakt van membranen met een negatief geladen oppervlak. De onderzochte virussen omvatten twee vaak gebruikte testvirussen (het plantvirus ‘Pepper Mild Mottle Virus’ en het bacteriën infecterende ‘CrAssphage’-virus) en vier ziekteverwekkende virussen (Humaan Adenovirus 40/41, Norovirus, Enterovirus en SARS-CoV-2).

De onderzoekers ontdekten dat gedurende maximaal 48 uur de hoeveelheid opgevangen virus over het algemeen op voorspelbare wijze toenam. Niet alle virussen werden echter op dezelfde manier opgevangen. Humaan Adenovirus 40/41 hoopte zich sterker op op de membranen dan de andere virussen wanneer de bemonsteraars 24 tot 48 uur in het water geplaatst waren. Bij kortere bemonsteringstijden waren deze verschillen kleiner. Dit betekent dat de duur van de plaatsing van een bemonsteraar van invloed kan zijn op welke virussen in de resultaten overvloediger lijken. Sommige virussen worden bijvoorbeeld efficiënter opgevangen dan andere, wat kan beïnvloeden hoe nauwkeurig rioolwatermetingen weergeven welke virussen daadwerkelijk in de gemeenschap rondgaan.

De studie laat zien dat inzicht in hoe verschillende virussen worden opgevangen door passieve bemonsteraars essentieel is voor het ontwerpen van betrouwbare rioolwatermonitoringsprogramma’s. Er moet rekening gehouden worden met bijvoorbeeld plaatsingsduur en methoden voor data-interpretatie, om vertekening van de realiteit te voorkomen en een nauwkeurige detectie van verschillende virussen te waarborgen. De onderzoekers bevelen aan dat toekomstige studies verschillende typen passieve bemonsteringsmaterialen (zoals op katoen gebaseerde materialen of actieve kool) met elkaar vergelijken om te zien hoe goed ze virussen met verschillende eigenschappen opvangen. Dit zal helpen om rioolwatermonitoring nog betrouwbaarder te maken.

De studie werd uitgevoerd door onderzoekers van het Pandemic and Disaster Preparedness Center (PDPC) en werd voor het eerst gepubliceerd op 23 januari 2026 in ACS ES&T Water:

Sener, A. E., Heijnen, L., de Graaf, M., Langeveld, J., & Medema, G. (2026). Uptake Kinetics of CrAssphage, PMMoV, Human Adenovirus 40/41, Norovirus GII, Enterovirus, and SARS-CoV-2 on Electronegative Membrane Passive Samplers. ACS ES&T Water.

Lees de volledige publicatie hier.