Revalidatie thuis voor iedereen met betaalbare en gebruiksvriendelijke technologie
Een beroerte behoort wereldwijd tot de vijf meest voorkomende aandoeningen en het aantal patiënten neemt snel toe. Dit vormt een grote uitdaging voor de gezondheidszorg, waaronder een sterk groeiende vraag naar neurorevalidatie voor patiënten met motorische beperkingen en bijkomende sociale en psychologische problemen. Een recent gestart Flagship-project – het Convergence Human Mobility Center – brengt onderzoekers van TU Delft, Erasmus MC en Erasmus Universiteit Rotterdam samen. Hun doel is niet alleen om minimaal begeleide, eenvoudig te gebruiken technologie voor thuisoefeningen en monitoring op afstand te ontwikkelen, maar ook om ervoor te zorgen dat deze zorg intuïtief en toegankelijk is voor alle groepen in de samenleving, inclusief kwetsbare patiëntgroepen die een verhoogd risico lopen op ongelijkheid in de zorg.
“Wij kijken naar een enorme uitdaging voor de toekomst,” zegt prof. dr. Gerard Ribbers, revalidatiearts bij Erasmus MC in Rotterdam en hoofdaanvrager van het project. “We verwachten tegen 2040 een toename van 50% van het aantal beroertepatiënten, wat neerkomt op 700.000 patiënten in Nederland die dringend revalidatie nodig zullen hebben voor motorische beperkingen en ondersteuning bij de gevolgen van een beroerte in het dagelijks leven. Daarnaast verwachten we een stijging van 70% van het aantal mensen met Parkinson en een bijna verdubbeling van het aantal mensen met artrose – allemaal groepen die ondersteuning nodig hebben.” Tegelijkertijd is revalidatie arbeidsintensief en kostbaar. Nu de grenzen van financiële, personele en maatschappelijke houdbaarheid in de zorg snel dichterbij komen, is het essentieel dat deze ondersteuning effectiever en efficiënter wordt georganiseerd.
Kwetsbare groepen en technologie
Technologie kan hierbij helpen. Thuisoefeningen kunnen bijvoorbeeld ondersteund worden door ultra-laagkost robots met gepersonaliseerde virtuele oefenprogramma’s, terwijl bewegingssensoren het herstel en de voortgang van behandelingen kunnen monitoren. Tegelijkertijd is het van groot belang dat alle patiënten deze technologieën ook daadwerkelijk kunnen en willen gebruiken – en eerdere ervaringen laten zien dat dit niet vanzelfsprekend is.
Projectleider vanuit Erasmus Universiteit Rotterdam is prof. dr. Jane Cramm, specialist op het gebied van Health Policy Management: “Uit onze ervaring blijkt dat technologiegedreven interventies relatief eenvoudig zijn toe te passen bij jonge of hoogopgeleide patiënten, maar veel problematischer worden bij mensen met beperkte cognitieve vaardigheden, een verstandelijke beperking of een migratieachtergrond. Als je sociaaleconomische gezondheidsverschillen wilt voorkomen, moet je dus samenwerken met kwetsbare groepen om technologie toegankelijk en gebruiksvriendelijk te maken voor iedereen.”
Ingenieurs en clinici
De teamleider vanuit TU Delft is dr.ing. Laura Marchal-Crespo, werktuigbouwkundig ingenieur verbonden aan de afdeling Cognitive Robotics, en daarnaast ook aan de faculteit Geneeskunde van de Universiteit van Bern in Zwitserland.
“Als ingenieurs zijn we vaak gefascineerd door het ontwikkelen van complexe robotische oplossingen,” vertelt zij. “Maar tijdens mijn tijd aan de medische faculteit realiseerden we ons dat onze innovaties vaak niet werden gebruikt door clinici – en daardoor uiteindelijk ook niet door patiënten thuis – omdat ze te complex waren, moeilijk te bedienen of teveel tijd kostten om op te zetten. Daarom werken we de afgelopen jaren samen met Gerard aan het co-creëren van gebruiksvriendelijke robotische hulpmiddelen die inherent veilig zijn en direct thuis gebruikt kunnen worden omdat ze zo intuïtief zijn.”
Een voorbeeld hiervan is de ogenschijnlijk eenvoudige Portable Hand Rehabilitation Robot: “Het apparaat heeft slechts één kleine motor en is gebouwd rondom een flexibele structuur. Wanneer je het ziet, begrijp je meteen hoe je het moet vastpakken en gebruiken. We verwachten daarom dat patiënten het ook echt gaan gebruiken, zelfs wanneer zij niet technisch ingesteld zijn.”
Natuurlijk is technologie slechts een deel van de oplossing voor de groeiende vraag naar revalidatiezorg en is het niet bedoeld om de relatie tussen patiënt en therapeut te vervangen. “Maar we kunnen ons wel voorstellen dat één therapeut met behulp van deze technologie tegelijkertijd vijf mensen kan begeleiden, zowel in het ziekenhuis als thuis,” vult Marchal-Crespo aan.
Convergence biedt meerdere perspectieven
In nauwe samenwerking met Rijndam Revalidatie in Rotterdam zien de deelnemers van dit vijfjarige Flagship-project duidelijke voordelen in het samenwerken over disciplines en instellingen heen.
Cramm: “We weten al decennia dat gezondheidsverschillen toenemen. De complexiteit van deze problemen vraagt om meerdere perspectieven, dus ik ben erg enthousiast over Convergence – ik leer er enorm veel van.”
Ook voor clinici en ingenieurs is het waardevol om problemen gezamenlijk vanuit dezelfde uitgangspositie te benaderen.
Ribbers: “Clinici zeggen vaak dat ingenieurs oplossingen bedenken waarvoor wij vervolgens nog een probleem moeten vinden, haha. Wat mij juist zo enthousiast maakt aan deze samenwerking, is dat we vanaf het begin gezamenlijk kunnen samenwerken aan één gedeelde agenda. Dat is echt een grote uitdaging.”
“Ik ben het daar volledig mee eens,” zegt Marchal-Crespo. “En wat daarnaast ook belangrijk is, is onderwijs. We hebben hier studenten aan de TU Delft en als zij niet de kans krijgen om samen te werken met clinici en sociale wetenschappers, dan missen we een enorme kans. Ze gaan dan later de praktijk in en ontwikkelen complexe oplossingen zonder het probleem echt te begrijpen. Met Convergence bieden we studenten de mogelijkheid om echte problemen vanuit het perspectief van de gebruiker te begrijpen en hun blik te verruimen richting slimme en toegankelijke oplossingen.”
Lees meer over het Flagship Convergence Human Mobility Center.
The moment we start introducing technology into healthcare, the most vulnerable patient groups are at risk of increasing healthcare disparities.