“Hitte is geen probleem van later meer”
Extreme hitte is geen probleem van later meer, zeggen Tara van Iersel en Josine van den Bogaard van het HitteLab. We spraken hen over de Rotterdamse aanpak van hittestress.
We krijgen door het veranderende klimaat steeds vaker te maken met extreme hitte. Steden en stadsbewoners worden daar hard door geraakt: gezondheid, leefbaarheid en gelijkheid staan onder druk door de gevolgen van hittestress.
Toch staat hittebeleid in Nederland nog relatief in de kinderschoenen. In Rotterdam hebben gemeente, GGD en kennisinstellingen zich daarom verenigd in het HitteLab, waar waarin praktijk en wetenschap samen werken aan een hittebestendige stad.
In de aanloop naar de Heat Action Day van 2026 spraken over de Rotterdamse hitteaanpak met Tara van Iersel (adviseur hitte en droogte bij Gemeente Rotterdam) en Josine van den Bogaard (senior beleidsadviseur bij GGD Rotterdam-Rijnmond), die vanaf de oprichting partner zijn in het HitteLab.
Waarom is het belangrijk dat steden nú serieus werk maken van hittebeleid?
Tara: “De belangrijkste reden is natuurlijk klimaatverandering: het wordt steeds heter en steeds vaker heet. Dat heeft gevolgen voor gezondheid, leefbaarheid, de buitenruimte en de natuur.
We zijn in Rotterdam vanaf 2019 echt aan de slag gegaan met de aanpak van hitte, met het Rotterdams Weerwoord. Toen lag er al een urgentiedocument. En de urgentie neemt alleen maar toe. Klimaatongelijkheid is bijvoorbeeld een groot probleem: als je niks doet, worden verschillen groter. Daarnaast blijft de stad groeien, er wordt steeds meer gebouwd en daardoor versteent de stad verder. Dat zorgt ook weer voor meer hitte.”

Josine: “Hitte is geen probleem van later meer. We zien dat hittegolven langer aanhouden en intenser worden, en we zien ook heel duidelijk dat de gevolgen daarvan echt zorgwekkend zijn. Het Planbureau voor de Leefomgeving noemt hitte niet voor niets een van de grootste klimaatdreigingen van Nederland. Op 25 juli 2019 werd de heetste dag ooit gemeten in Nederland. Het aantal sterfgevallen was een dag later hoger dan ooit op een zomerdag.
Bij klimaatrampen zoals een bosbrand of een overstroming zie je meteen dat de schade enorm is. Bij extreme hitte is de schade minder zichtbaar. Het gaat dan meer om grote effecten op gezondheid, en daarmee de overbelasting van de zorg. Wat meespeelt: mensen worden ouder en wonen langer thuis. Dat maakt ouderen kwetsbaarder.”
Waarom is hitte niet alleen een vraagstuk van de gemeente, maar werken wetenschappers, zorginstellingen, bewoners en andere partijen samen aan oplossingen?
Josine: “Hitte raakt zoveel verschillende onderwerpen tegelijk. Dan moet je samenwerken.
Als GGD sta je met je poten in de klei, maar je kunt niet zonder wetenschappelijke kennis. Met het HitteLab verbinden we daarom de praktijk met onderzoek. Dat is overigens geen eenrichtingsverkeer: vragen uit de praktijk komen bij onderzoekers terecht, en andersom kunnen onderzoekers leren van en experimenteren in de praktijk.”
Tara: “Hitte is binnen gemeenten ook nog best een nieuw onderwerp. We hebben kennis van buiten nodig. Tegelijkertijd zijn budgetten niet oneindig, samenwerking helpt om onderzoeken mogelijk te maken die aansluiten op vragen uit de praktijk.”
Josine: “Wat ook helpt, is dat we lokaal werken. Je kent elkaar al snel, kunt makkelijk samen nadenken over bepaalde plekken of projecten. Dat maakt de samenwerking sterk.”
Hitte klinkt soms als een ingewikkeld vraagstuk. Is het dat ook?
Josine: “Eigenlijk niet eens zo heel erg. We weten al heel veel: dat schaduw helpt, dat groen helpt, hoe we ervoor zorgen dat gebouwen minder warmte vasthouden. Het gaat er vooral om dat we er serieus mee aan de slag gaan. Hitte wordt soms onderschat, mensen denken: ach, warmte kennen we wel. Maar we krijgen in de toekomst te maken met hitte die voor ons ongekend is, en waar we heel lastig mee om kunnen gaan.”
Tara: “We hebben natuurlijk nog veel kennisvragen, maar het ingewikkelde zit vaak meer in de praktische organisatie. Wie is verantwoordelijk voor de aanpak van hitte? De gemeente gaat bijvoorbeeld over de buitenruimte, maar veel vastgoed is niet van ons. Daarnaast spelen zorgorganisaties, woningcorporaties en bewoners allemaal een rol.”
Josine: “En veel maatregelen zijn nog vrijblijvend. Er zijn weinig regels of normen. Dat geeft de verantwoordelijken minder houvast en maakt bijvoorbeeld financiering lastig.”

Waarom is Rotterdam bij uitstek een stad waar veel gebeurt rond hitte en hittebestendigheid?
Josine: “Rotterdam heeft toch wel een beetje die handen-uit-de-mouwenmentaliteit. De lijnen zijn kort en er is veel bereidheid om samen te werken.”
Tara: “En er is ruimte om te experimenteren. Bijvoorbeeld met pilots voor schaduwdoeken in de stad. Niet alles hoeft van tevoren helemaal zeker te zijn. Je mag dingen proberen, ook als je nog niet precies weet hoe het uitpakt.”
Josine: “Ja, dat helpt echt.”
Tara: “In Rotterdam wonen ook veel mensen met roots in warmere landen. Daar zit veel kennis en ervaring over omgaan met hitte, die we hier meer kunnen benutten.”
Wanneer is hittebeleid wat jullie betreft geslaagd?
Tara: “Als hittebestendigheid een vanzelfsprekend onderdeel is van alles wat we doen. Dus dat je niet meer apart over hittebeleid hoeft na te denken, omdat we bij alle projecten en beslissingen automatisch nadenken over hitte en verkoeling.”
Josine: “Voorlopig zijn we daar nog niet, en staan we voor grote opgaven. Maar we hoeven het wiel niet helemaal opnieuw uit te vinden. We weten al veel, we moeten het nu vooral gaan doen. Op z’n Rotterdams gezegd: niet lullen, maar poetsen.”