Het onder water zetten van de Eendragtspolder helpt bij het bestrijden van ziekten die door muggen worden overgedragen

Anderhalve hectare polder, een grote hoeveelheid water en een groep nieuwsgierige onderzoekers van verschillende universiteiten met uiteenlopende wetenschappelijke achtergronden. Dat zijn de ingrediënten om antwoord te geven op de vraag: hoe beïnvloeden tijdelijke waterbergingsgebieden de natuur, dieren en onze gezondheid?

Door klimaatverandering krijgen we steeds vaker te maken met langere perioden van hitte en droogte, afgewisseld met hevige regenval. Piekbergingsgebieden – gebieden die tijdelijk onder water kunnen worden gezet – helpen om wateroverlast in steden te voorkomen. Tegelijkertijd kunnen hogere temperaturen, extreme neerslag, verzilting en tijdelijke waterberging invloed hebben op de ecologie en op het gedrag van verspreiders van ziekten, zoals muggen en trekvogels. Kunnen waterbergingsgebieden een broedplaats worden voor deze ziekteverspreiders? En wat betekent dat voor de verspreiding van virussen?

Om deze urgente vragen te beantwoorden, zette een team van klimaatwetenschappers, virologen, muggenexperts, hydrologen, vogelaars, bosbouwkundigen en waterbeheerders in augustus 2025 tijdelijk ruim anderhalve hectare van de Eendragtspolder in Zevenhuizen onder water. “Voor iedereen die bij dit onderzoek betrokken is, is dit het moment waar we drie jaar naartoe hebben gewerkt,” vertelde Maarten Schrama van de Universiteit Leiden en het PDPC vlak voor de inundatie – de vakterm voor het tijdelijk onder water zetten van een gebied. “De samenwerking tussen al deze disciplines is essentieel. Alleen zo kunnen we de effecten in samenhang onderzoeken: van waterkwaliteit en biodiversiteit tot de beleving van omwonenden.”

We weten dat klimaatverandering een van de drijvende krachten is achter de opkomst van steeds meer door muggen overgedragen virussen in Nederland. Maar we weten nog niet welk effect grootschalige waterbergingsgebieden daarop hebben. Dat we dat hier kunnen onderzoeken, is heel bijzonder.

Reina Sikkema

Erasmus MC, PDPC

Onderzoeker One Health, Zoönotische viruses

Levend laboratorium

De Eendragtspolder is ingericht als waterbergingsgebied om Rotterdam te beschermen tegen wateroverlast tijdens extreme neerslag. Het gebied kan ongeveer vier miljoen kubieke meter water bergen. Voor dit veldonderzoek konden de onderzoekers een deel van de polder gebruiken als een levend laboratorium.

“We meten de temperatuur, het weer, het gedrag van vogels, het aantal muggen en de aanwezigheid van virussen – eigenlijk brengen we alles in kaart,” vertelt onderzoeker Reina Sikkema van het Erasmus MC en het PDPC . “We weten dat klimaatverandering een van de drijvende krachten is achter de opkomst van steeds meer door muggen overgedragen virussen, zoals het usutuvirus en het westnijlvirus, in Nederland. Maar we weten nog niet welk effect grootschalige waterbergingsgebieden daarop hebben. Dat we dat hier kunnen onderzoeken, is heel bijzonder.”

Zodra het water de polder instroomde, zagen de onderzoekers het gebied tot leven komen. Tussen het gras bleken veel meer dieren en insecten te schuilen dan op het eerste gezicht zichtbaar was. Opvallend veel salamanders, mollen en muizen zochten snel een drogere plek op, soms met een helpende hand van een van de onderzoekers.

“Al na een paar dagen zagen we dat de aantallen muggenlarven snel toenemen,” vertelt Jordy van der Beek, promovendus in de muggenecologie aan de Universiteit Leiden, het Erasmus MC, Naturalis en het PDPC. Hij vangt, identificeert en telt de muggen in het nieuw ontstane moerasgebied. Anderhalve week later hadden zich, naast grote aantallen muggen en andere insecten, ook veel nieuwe vogelsoorten in de natte polder gevestigd.

“Muggen leggen relatief korte afstanden af, maar vogels kunnen zich over grote afstanden verplaatsen,” zegt Tijmen Hartung, promovendus in de vogelvirologie aan het Erasmus MC en het PDPC. “Welke vogelsoorten welke virussen bij zich dragen en hoe ver zij die verspreiden, onderzoeken we nog. De vogels die door de tijdelijke inundatie naar de polder worden aangetrokken, kunnen ons helpen die vragen te beantwoorden.”

Ook kleinere dieren, zoals salamanders, maken deel uit van het onderzoek. Hoewel zij zelf geen ziekteverwekkers overbrengen, eten ze wel muggen en kunnen ze daarmee indirect bijdragen aan het beperken van de verspreiding van virussen.

Ook de impact van de inundatie op mensen wordt onderzocht. Sille Pelser, promovendus publieke gezondheid bij de GGD Rotterdam-Rijnmond en het Erasmus MC, licht toe: “We meten hoeveel mensen het gebied bezoeken en op welke momenten van de dag. Komen bezoekers bijvoorbeeld vooral vroeg in de ochtend of juist rond de schemering, wanneer muggen het actiefst zijn?” Daarnaast brengen vragenlijsten en de app Mosquito Alert in kaart hoe bezoekers de situatie ervaren en of omwonenden meer muggenoverlast waarnemen.

Het lokale klimaat

Een belangrijke factor voor de ontwikkeling van muggen is de watertemperatuur. Daarom hebben klimaatonderzoekers met verschillende meetstations het lokale klimaat in en rond het inundatiegebied nauwkeurig gevolgd. Deze gegevens helpen ecologen en virologen beter te begrijpen onder welke omstandigheden de verspreiding van virussen het meest waarschijnlijk is.

Daarnaast heeft het onderzoek nog een tweede doel. “Het lokale weer en ondiepe, stilstaande wateren beïnvloeden elkaar sterk, maar die wisselwerking is met de huidige computermodellen nog moeilijk goed te simuleren,” zegt Maarten Boonekamp, promovendus aan de TU Delft en het PDPC. “Door metingen uit de praktijk te gebruiken om onze modellen te verbeteren, kunnen we veel nauwkeuriger voorspellen welke invloed ondiep water heeft op het weer en het lokale klimaat. Daarmee kunnen weermodellen, zoals die van het KNMI, verder worden verfijnd.”

Het KNMI heeft een lange traditie in het uitgeven van waarschuwingen voor stormen en extreme neerslag die kunnen leiden tot wateroverlast of overstromingen. De gevolgen van klimaatverandering reiken echter verder dan veranderende neerslagpatronen en extremer weer. Een gezamenlijke uitdaging voor het Pandemic & Disaster Preparedness Center en het KNMI is om in kaart te brengen en te monitoren hoe stijgende temperaturen en veranderende weersomstandigheden de verspreiding en uitbraken van muggenoverdraagbare ziekten beïnvloeden. Dit is een belangrijke uitdaging vanuit het One Health-perspectief. Daarom werkt het KNMI aan een meetnet en weersverwachtingen die niet alleen het weer voorspellen, maar ook de gevolgen daarvan voor de gezondheid beter in beeld brengen.

Maarten van Aalst

Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)

Directeur

Van polder naar het laboratorium

Het onderzoek in het onder water gezette deel van de Eendragtspolder duurde ruim vier maanden. In die periode verbleven de onderzoekers in een vakantiehuisje in de buurt. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat waren zij bezig met veldwerk, soms in waadpakken, soms op blote voeten. De hoeveelheid verzamelde gegevens was enorm: uiteindelijk werden 397 kleine zoogdieren en ruim 8.000 volwassen muggen gevangen. Monsters van muggen, vogels en kleine zoogdieren uit het onderzoeksgebied werden vervolgens naar het laboratorium gebracht voor identificatie en analyse.

Kiki Streng, postdoctoraal onderzoeker bij het Erasmus MC en het PDPC, analyseert de gegevens om te bepalen hoe de inundatie de ecologie van het gebied heeft veranderd en of deze heeft geleid tot een toename van virussen die een risico vormen voor de gezondheid van mens en dier. Uit haar analyses blijkt dat de inundatie inderdaad leidde tot een sterke toename van het aantal muggen rond het onder water gezette gebied. Ook veranderde de samenstelling van de vogelgemeenschap. Na de inundatie werden onder meer meer zwarte kraaien, watersnippen en Canadese ganzen waargenomen. Daarnaast vingen de onderzoekers meer zwartkoppen, watersnippen en rietgorzen. Tot slot werden ook twee relevante door muggen overgedragen virussen aangetroffen: het usutuvirus en het westnijlvirus.

“De inzichten die we met dit onderzoek opdoen, stellen ons in staat om preventieve maatregelen te nemen en waterbergingsgebieden zo in te richten dat gezondheidsrisico’s worden beperkt,” zegt Sikkema. Waterschappen, gemeenten, Staatsbosbeheer en andere beleidsmakers, in binnen- en buitenland, kunnen deze kennis gebruiken om weloverwogen keuzes te maken voor een veilige en gezonde leefomgeving.

Het onderzoek naar de inundatie van de Eendragtspolder komt op een belangrijk moment. Nederland heeft op dit moment nog niet te maken met grootschalige uitbraken van door muggen overgedragen virussen. Juist daardoor is er nu een waardevol tijdvenster om preventief te handelen. Dankzij de unieke onderzoeksopzet en de nauwe samenwerking tussen onderzoekers, overheden en terreinbeheerders, versnelt het project kennisuitwisseling en samenwerking. Bovendien trekt het onderzoek inmiddels internationale belangstelling. Daarmee draagt het niet alleen bij aan nieuwe wetenschappelijke inzichten, maar legt het ook de basis voor een weerbaardere en proactievere aanpak van milieurisico’s voor de volksgezondheid, zowel in Nederland als daarbuiten.

Alleen door samen te werken met verschillende partijen kunnen we goed onderzoeken welke effecten waterberging heeft, van de waterkwaliteit tot hoe omwonenden het gebied ervaren.

Maarten Schrama

Leiden University, PDPC

Community ecology, cross-ecosystem linkages, food webs

Projectpartners

Dit experiment maakt deel uit van Frontrunner 1: Klimaatverandering en virusuitbraken door vectoren, een onderzoeksproject van het Pandemic & Disaster Preparedness Center (PDPC) onder leiding van Reina Sikkema en Pier Siebesma. Het PDPC is een samenwerking tussen de Erasmus Universiteit Rotterdam, het Erasmus MC en de TU Delft. Binnen dit project wordt nauw samengewerkt met de Universiteit Leiden.

Daarnaast werken de volgende organisaties aan het project mee: het KNMI, Naturalis Biodiversity Center, GGD Hollands Midden, GGD Rotterdam-Rijnmond, Staatsbosbeheer, Natuur- en Vogelwacht Rotta, Recreatieschap Rottemeren, Sovon Vogelonderzoek Nederland, het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), Wageningen University & Research (WUR), het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK), het Centre for Advanced Studies of Blanes (CEAB), de gemeente Rotterdam, de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN) en de gemeente Zuidplas.

Bekijk hier onze video!

Benieuwd naar dit onderzoek? Bekijk hier de video over de inundatie van de Eendragtspolder!